| De kunstkade bestaat uit een woonwerk-volume waarin vijftig woonateliers zijn opgenomen. Deze woonateliers, voor schilders, beeldhouwers, industrieel vormgevers, dansers en toneelspelers, bestaan uit een privé werkruimte en een privé woonruimte. Tevens bevat het volume de daarbijbehorende gezamenlijke werk –, oefen – en expositieruimten. Dit woonwerk-volume bevindt zich op de Kanaaldijk Noord te Eindhoven. De kade waarop het gebouw staat refereert naar een horizontale beweging, welke de nadruk legt op het kanaal. Deze wordt nog eens extra benadrukt doordat aan weerszijden van het kanaal lange bomenrijen staan. Een langwerpig gebouw schept op deze plek een langzame transformatie bij langslopen of langsfietsen aan de overzijde van het kanaal. De hoogteverschillen in het gebouw en de materialisering van het gebouw maken deze transformatie mogelijk. En door deze hoogteverschillen krijgt het gebouw een stedelijk silhouet wat past binnen de omgeving. Overgang Doordat het gebouw op een steenworp vanaf het centrum ligt kan het gaan dienen als intermediair naar het achtergebied. Het vormt hierbij eigenlijk een overgangsgebied tussen het centrum en het gedeelte van de stad dat erachter ligt. Een markant gebouw is hier op zijn plaats. Door het huisvesten van een culturele functie op de locatie wordt een aanzet gedaan om de al sterk vertegenwoordigde culturele sector op te trekken naar het achtergebied. Tweezijdigheid Door het gebouw aan beide zijden een ander uiterlijk te geven gaan ze beide een andere relatie aan met de omgeving. De zijde aan de kant van het centrum volgt het lineaire karakter van het kanaal, en benadrukt dat op die manier. De achterzijde symboliseert de fragmentatie van het achterliggende gebied en de nog te realiseren woonwijk. Verschil in voor en achterzijde symboliseert een overgang tussen industrie- en woonfunctie, beredeneerd vanuit het verleden. Materialisatie De gevel bestaan uit houten gevelbeplating waarvoor zich een tweede huid bevindt, een metalen huid. Deze huid zorgt ervoor, dat ondanks de verschillende loggia’s, het gebouw een strakke gevel blijft behouden. Het gevelmateriaal creëert een neutraal vlak in het straatbeeld, dat intrigeert door zijn veranderlijkheid. Hierbij staat niet de individuele woning maar het woonblok als geheel centraal. Door middel van het systeem van schuifbare vouwpanelen kan, al naar gelang de wensen van de bewoner, een open/gesloten verdeling bepaald worden. Dit levert een gevarieerd en dynamisch beeld op. Aan de achterzijde kragen verscheidene woningen een x aantal meters uit, deze zijn gematerialiseerd door middel van houten beplanking. Hier springen de woningen als het ware achter de tweede huid vandaan en betreden het achtergebied. Woonateliers De atelierwoningen in het gebouw zijn op een speciale manier verweven, er zijn vijf typen woningen waarmee een stelsel van ruimten ontstaat. Op deze manier ontstaan er woonateliers die ieder hun eigen kwaliteiten hebben en aan kunnen worden gepast aan de activiteiten die er plaats vinden. Tussen de woningen is verschil in lengte, breedte en hoogte, zodat beeldhouwers en schilders de mogelijkheid hebben een hoogte van twee verdiepingen te benutten. Andere kunstenaars die deze behoefte niet hebben kunnen in deze woning een verdiepingsvloer leggen of kiezen uit een woning die maar 1 verdieping heeft. Doordat er naast een natte kern geen binnenwanden zijn geplaatst, is iedere woning naar de behoeften van de kunstenaar in te delen. Expositie De ‘doorzichtige’, publieke delen van het gebouw maken een visuele breuk tussen de kanaalzijde en het achtergebied. De harde grens die het gebouw in feite veroorzaakt wordt hiermee verzacht. Het werk van de kunstenaar wordt hiermee indirect gebruikt als verbinding naar het achtergebied. In deze publieke gedeelten hebben de kunstenaars de mogelijkheid hun eigen plek te creëren die zichtbaar is voor publiek. Een ruimte waar gewerkt, geëxposeerd kan worden en om instructie te geven. Doordat op deze manier alle kunstenaars in dezelfde ruimte werken (en tegelijkertijd hun eigen plek hebben) kunnen ze elkaar op verschillende manieren inspireren, zonder elkaar daarbij te storen. De verschillende plekken worden geactiveerd en trekken de aandacht. Het is een ‘theater’ waar iedereen elkaar bekijkt. Transport De woningen worden, per blok van twee woningen breed, ontsloten door een trappenhuis met lift, ze hebben dus een eigen stijgpunt. Onderin het gebouw is er de mogelijk om ook horizontaal door het gebouw te bewegen, zodat deze stijgpunten maar ook de gezamenlijke werkplaatsen van binnenuit voor iedere woning bereikbaar zijn. Deze horizontale beweging komt voort uit het hoogteverschil, wat wordt veroorzaakt door de kanaaldijk, dat hiervoor goed benut kan worden. Afbeeldingen 01 ArchiPRIL tentoonstelling 02 Gevelaanzichten 03 Schema plattegrond 04 Maquette 05 Maquette 06 Doorsnede Overgang 07 Doorsnede Tweezijdigheid 08 Doorsnede Woonateliers 09 Opbouw 10 Maquette
| ||||||||||