| participatie anno 2005 Momenteel zien we verschillende woningbouwprojecten van de grond komen met collectief particulier opdrachtgeverschap. De rol van de architect binnen deze vorm van bouwen is té vaak té beperkt. Deze afstudeeropdracht is een onderzoek naar de toegevoegde waarde van een architect voor een groep initiatiefnemers. Door de simulatie van een ontwerpproces met echte participanten is een ontwerp gegenereerd wat volledig aansluit op de woonwensen van de bewoners. Het ontwerp wordt gemaakt met zo min mogelijk invloed van externe partijen waardoor de vrijheden voor bewoners en architect zo groot mogelijk blijven.
actieradius vergroten… De huidige woningbouw kenmerkt zich door het feit dat de toekomstige bewoners niet bij het ontwerp- en productieproces betrokken worden. Resulterend heeft de bewoner een non-actieve houding aangenomen ten opzichte van zijn woning. De woning wordt gezien als een vast gegeven, iets wat tegenwerkt bij alles wat men wil veranderen. De actieradius van de bewoner beperkt zich tot de indeling. Dat deze indeling zich naar het ontwerp van de woning moet schikken wordt daarbij voor lief genomen. De betrokkenheid van de bewoners bij de totstandkoming van hun woningen kan worden hersteld door een milieu te creëren dat het initiatief van de bewoners bevordert en ondersteunt. Deze afstudeeropdracht is daaraan een bijdrage. De opdracht bestaat uit een onderzoek naar de actieradius van de bewoner binnen het ontwerp en een daaruit resulterende ontwerpopgave. Het participatieproces dat tijdens dit onderzoek is doorlopen is een alternatief voor de momenteel gebruikelijke werkwijze, waar bewoners vaak buitenspel staan en pas na de oplevering worden benaderd. Door een intensieve samenwerking van initiatiefnemers en architect wordt een ontwerp gegenereerd wat zoveel mogelijk aan de wensen van de bewoner voldoet. Allerlei problemen worden door deze samenwerking opgelost op een manier die de ontwerpparticipanten begrijpen en waar zij achter staan. Het ontwerp wordt wel door de architect gegenereerd, maar "gedragen" en in sommige gevallen "verdragen" door de participanten. Een variëteit aan ontwerpen wordt mogelijk door vervulling van bewonerswensen hoger te waarderen dan rentabiliteit. participatie anno 2005… De voorstudie bestond uit een literaire zoektocht naar de rol van architecten ten opzichte van de bewoner en de aanleidingen voor de kloof die tussen architect en bewoner in de vorige eeuw is ontstaan. De opdracht zelf bestond uit een eigentijdse, lokale en objectspecifieke reactie op deze kloof door middel van bewonersparticipatie. Deze is gebaseerd op een intensieve samenwerking tussen de twee partijen, in het verlengde van of als reactie op de ideeën van John Turner, Carel Weeber, Lucien Kroll, John Habraken en Frans van der Werf. De theorieën zijn getoetst in een participatieproces met een vriendengroep die gemeenschappelijk wilde gaan bouwen. Een groep als opdrachtgever kent voor- en nadelen en het is aan de architect om de voordelen te laten prevaleren. De groep bestaat uit 11 personen die op zoek zijn naar 5 woningen en een appartement. De hoeveelheid participanten in een groep heeft een lastig vast te stellen onder- en bovengrens. Er is een minimum nodig om schaalvoordelen op te leveren en om het project enige vorm van importantie in de bouwwereld te geven. Echter hoe groter de groep, des te lastiger is een individuele kwaliteit van de afzonderlijke woningen te waarborgen. de participanten willen… Tijdens het project is met de participantengroep gecommuniceerd aan tafel als groep of als individueel en door middel van invuloefeningen. Het ontwerp wordt uniek door de individuele woonwensen enerzijds en de gemeenschappelijke woonwensen van de participanten anderzijds. Door de hechte band in de participantengroep is veel aandacht besteed aan de gemeenschappelijke functies. Door te besparen op de vierkante meters van de woningen afzonderlijk zijn grote gemeenschappelijke ruimtes ontstaan zoals de gemeenschappelijke tuin, zithoeken en dakterras. Op verschillende punten van het project zijn er echter mogelijkheden om individuele ideeën tot uiting te brengen. Zo is de interieurafwerking vrij te kiezen, is er inspraak op de ligging van de woning in het blok, de relatie met de gemeenschappelijke ruimtes, de grootte van de woning, de hoeveelheid privé buitenruimte, de privacy van verschillende ruimtes, de indeling etc. De verdere uitwerking is uiteraard het beste te beoordelen door de participanten zelf, maar verbeeld een treffende reactie op de standaard rijtjeswoningen in de directe omgeving. De groepsmatige aanpak zou bijvoorbeeld een parkeerkelder mogelijk maken wat stedenbouwkundige voordelen heeft. Er is door middel van materiaalgebruik, detaillering en vormentaal een eenheid gecreëerd, terwijl het uit individuele woningen en ruimtes is opgebouwd. Het gemeenschappelijke en individuele is daarmee in balans.
| ||||||||||