| Een overbrugging tussen mens en industrie Een diepgewortelde problematiek en een fascinerend industrieel landschap zijn de ingrediënten voor een project dat zowel voor direct omwonenden is bedoeld als voor de hele regio. Het speelt zich af in het Zuid-Limburgse Geleen. Wat in 1920 begon als Staatsmijn Maurits is uitgegroeid tot chemisch industrieterrein Chemelot. Geleen is ontstaan rondom de mijn en vandaag de dag is de industrie nog steeds een grote werkgever voor de directe omgeving, maar ook onderzoekers van over de hele wereld komen naar de laboratoria in Geleen. Als belangrijke drager van de Limburgse economie zijn de schoorstenen en koeltorens onderdeel van het landschap, maar heersen er ook veel vooroordelen ontstaan uit onwetendheid. Industrie en bevolking hebben elkaar de rug toegekeerd terwijl wederzijdse trots beter op zijn plaats zou zijn. In het grensgebied tussen de woonkern Geleen-Lindenheuvel en industrieterrein Chemelot ligt het oude mijnterrein van de voormalige Staatsmijn Maurits. Het is de plek waar alles begon, het nulpunt. Een perfecte plek om beide partijen dichter bij elkaar te brengen. Het is een grotendeels braakliggend terrein met nog duidelijke elementen uit de mijntijd gemengd met de moderne industrie. Het ligt nu nog binnen de hekken van Chemelot, maar openbaar toegankelijk zou het meer tot zijn recht komen. Dit geldt ook voor de monumentale Loonhal, de oude werkplaats en de watertoren die op dit oude mijnterrein liggen. De deponie, een berg met mijnafval, ligt aan de overzijde van het voormalige mijnterrein en biedt mooi uitzicht over de industrie. Openheid en communicatie zijn belangrijke middelen om het conflict op te lossen. Deze zijn vertaald in recreatie, educatie en informatie en krijgen vorm in de monumenten van de Staatsmijn en op het achtergelegen evenemententerrein dat door doorloopt tot aan de deponie. Dit terrein is ongeveer een kilometer lang en gemiddeld vierhonderd meter breed. Het wordt doorkruist door een pad dat begint bij de onderdoorgang van de Loonhal en aansluit bij het pad dat de deponie oploopt. De lijn die het pad beschrijft deelt het terrein op in twee delen. Een evenemententerrein ten zuiden van het pad en een artificieel landschap ten noorden ervan, dat tevens een gevel vormt voor het evenemententerrein. In dit artificiële landschap vloeien alle programmaonderdelen en functies in elkaar samen. Een glooiend daklandschap van asfalt dat gebruikt wordt voor sport en leisure, maar ook als parkeerplaats en tribune. Eronder een golvende wereld met winkels, horeca, verenigingen, fitness en ondersteunende functies voor evenementen. Grote vides zorgen voor contact tussen de bovenwereld en de benedenwereld. Het evenemententerrein is een grote leegte, te gebruiken door bewoners van Lindenheuvel als een soort grote achtertuin, waar men kan doen wat men wil. Jaarlijks worden er een aantal evenementen georganiseerd zoals een festival, de Geleense kermis of een circus, maar ook kleinschalige markten, themadagen of feesten. Het artificiële landschap en de industriële omgeving dragen bij aan een hoger belevingsniveau van de evenementen en de alledaagse activiteiten die er plaats vinden. Op hun beurt bepalen de activiteiten voor een groot deel hoe het artificiële landschap eruit ziet. Het beeld dat ontstaat is dus afhankelijk van het evenement dat er plaatsvindt. De industrie heeft de gelegenheid om in contact te komen met omwonenden via een informatiecentrum in de Loonhal. Er is een archief van de Staatsmijn en er zijn tentoonstellingen van de samenwerking tussen DSM en de kunstacademie. Op deze manier wordt Chemelot toegankelijker en begrijpelijker voor de mensen die nu nog vol vooroordelen zijn. De gelaagdheid in bereik, functie, historie en gebeurtenis maken het tot een veelzijdig gebied dat de schaal van zijn omgeving aankan, maar tegelijkertijd heel toegankelijk is. Het is een plek waar mens en industrie op een prettige manier samen komen en een eerste stap maken tot meer wederzijdse acceptatie en trots.
| ||||||||||||