Stichting Eindhovenseschool.net geeft een zichtbaar en inhoudelijk gezicht aan architectuur, design en aanverwante disciplines in regio Eindhoven. Het streeft naar een herkenbaar en inzichtelijk archief van onder andere gebouwde projecten en theoretische verkenningen. Het is het centrale netwerk waar architecten en andere vormgevers zich kunnen voorstellen en presenteren en slaat een brug tussen studenten, de beroepspraktijk en geïnteresseerden.
Re-Feeling history, Revealing the Future
door Francisco Manuel Navarro Kroezen auteurslijst op dinsdag 17 augustus 2004 e-mailen van het content onderwerp afdrukken van het content onderwerp reacties: 2 hits: 8040
 8.0 - 3 stemmen -

















The development of the contemporary city isn’t seen from the viewpoint of its historic centre anymore. Nowadays the city deals with multiple new centres, which find their origin in the growing suburbs, leaving their first ‘annual rings’ behind. Simultaneously, the historic centre gets modernised with mayor carefulness by Re-Urb-Projects. Nowadays a lot of new theories come into existence, which seem to ignore the presence of the tradition of the old city and its treasures. These are often theories, which are trying to predict the appearance of the city of the future; it will be like this if the lifestyle of the modern society keeps on developing automatically. In a certain sense these modern developments are threatening the context of the historical city. But the existence of these recent theories proves that the discussion of the problematic nature of the city is still a topic today.The Generic City, Cybercity, Space of flows, are places without identity, here is no room for a centre as the guardian of collective historical treasures. History accommodates memories, mysteries and secrets that seem to be ignored in above visions, and which are waiting to be rearranged in the violence of re-urbanisation.


Van intentionele coherentie naar automatische diffusie
De stad van tegenwoordig heeft niet meer te maken met een groei waarvan haar wortels louter in het centrum liggen. Het centrum van de stad die vroeger vanuit haar kern jaarringen verspreidde over het landschap, lijkt nu in kracht te zijn afgenomen ten opzichte van de steeds groter wordende post-urbane zone. Het eens chronologische karakter van de groei van de stad, wordt nu vervangen door een meer synchroon karakter. In de stad duiken met een simultaneïteit op verschillende plekken nieuwe districten en gebouwen op, hun eerste jaarringen achterlatend. In de periferie van de stad breiden we steeds verder uit en tegelijkertijd wordt de historische binnenstad vermoderniseert met de zogenaamde Re-Urb-projecten, waarmee we met intentionele zorgvuldigheid omgaan. De drang naar het conserveren van de primordiale eigenschappen van de oude stad uit zich in de planning van de hedendaagse stedenbouw.

Aldo Rossi was een architect die een duidelijk standpunt innam over hoe de aan ons overgeleverde stad zou moeten worden behandeld. Tegenwoordig worden er theorieën ontwikkeld die de aanwezigheid van de aan ons overgeleverde "schatten" lijken te negeren. Dit zijn dan vaak theorieën die het karakter van de toekomstige stad willen voorspellen; zo zou ze gaan worden wanneer de levenstijl van de huidige maatschappij extremere vormen zal gaan aannemen en zich automatisch zal gaan verder ontwikkelen, ik denk hier aan voorbeelden als The Generic City, Cybercity of Space of flows. In deze geschetste identiteitsloze oorden, als ik het zo maar mag noemen, is geen plaats meer voor een centrum als bewaker van de collectieve historische schatten. Maar daarnaast herbergt de hedendaagse stad juist nog heel veel geheimen en schatten, die in de bovengenoemde visies genegeerd worden, die ongeduldig om rangschikking vragen in het geweld van de huidige Re-Urbanisation. Bovengenoemde ontwikkelingen vormen in zekere zin een bedreiging voor de historische context van de stad, zodat het "conserveren" nu ook gepaard gaat met het "preserveren" van de oude stad. Het ontstaan van deze actuele theorieën bewijst wel dat de discussie over de problematiek van de stad nog volop leeft. Hoe moet de hedendaagse stad er ruimtelijk uit gaan zien? Hoe kunnen ontwikkelingsmodellen worden ontworpen voor de stad van nu? Met dit vraagstuk hebben veel architecten en urbanisten zich beziggehouden, en het is nog steeds onderwerp van discussie.
In het boek van Bernard Colenbrander, De verstrooide stad, komen de toekomstvoorspellers of moderne utopisten met hun "automatisch" ontwikkelende stad ook aan bod, maar wordt men ook geconfronteerd met het besef van de "intentionele", oftewel geplande stad met haar historische erfenissen. Maar wat is háár toekomst? In het volgende fragment uit de verstrooide stad stelt Colenbrander het lot van de hedendaagse stad aan de orde:

"In veel recente literatuur wordt de stad van vandaag beschreven in uitsluitend negatieve termen: als iets wat even leeg als hol is en wat het moet stellen zonder identiteit. Wat binnen het stedelijk milieu nog bewaard wordt aan historische fragmenten met een ooit scherp gearticuleerde betekenis, raakt in hoog tempo gecommercialiseerd en versleten. Wanneer dit slijtageproces nog even doorzet, houden we niet veel meer over. De stad is dan niet meer dan een zeer elementair toegerust artefact, een plek met de infrastructuur om fysiek te kunnen overleven de rest is imago, en imago wisselt in de huidige culturele dynamiek, die iedere stijl tot een ogenblikkelijk vervliegend modeverschijnsel maakt, ieder jaar. Loopt de stad perse uit in een diffuus organisme dat geen enkel vermogen meer heeft om een stabiele identiteit te verwerven?"

Hij waarschuwt voor de omstandigheden waarin de oude stad zich verkeert, en stelt dat de stad een vaag en chaotisch geheel wordt. Dit is te zien aan de hedendaagse perifere gebieden, deze neigen naar isotrope ruimten: het lijkt erop alsof uitbreidingen niet gehoor geven aan aswerkingen, hiërarchische structuren of centrumvorming. Dat heeft voor een deel te maken met de ideeën over ruimte die hun intrede deden binnen de Moderne Beweging. Tegenover het traditionele ruimteconcept dat gebaseerd was op hiërarchie, harmonie en beslotenheid, stelden de modernen een nieuw concept dat steunde op neutraliteit, openheid en flexibiliteit. Het streven naar gesloten perspectieven en harmonische verbanden dat nog eigen was aan de pittoreske stedenbouw, maakte plaats voor een rationeel ruimtegebruik waarbij herhaling en uitbreiding belangrijke criteria werden. De periferie vormt trouwens in haar geheel het resultaat van een vervaging van grenslijnen: de scherpe lijn die in de 19de eeuw nog stad en platteland van elkaar scheidde, is een zone geworden die zich als een olievlek uitbreidt over een zeer groot gebied. De begrenzing ontbreekt echter in de meer recente uitbreidingszones. Isotropie verandert hier dan ook van betekenis: zij staat niet meer alleen voor openheid, neutraliteit en flexibiliteit, maar vooral ook voor chaos en willekeur, een richtinggevend criterium ontbreekt. Er is blijkbaar geen ruimtelijke logica voorhanden die een coherente structuur tot stand kan brengen. Betekenisverdichtingen die enig reliëf brengen in de beleving van de ruimte doen zich nagenoeg niet voor.
De opzet van dit essay is om de dialectiek tussen de "vage" generieke en de intentionele stad aan de orde te stellen door middel van theorieën van Aldo Rossi en Rem Koolhaas. Na Rossi's visie op de oude stad te hebben toegelicht, zet ik de moderne visie van de generieke stad uiteen. Sommige fragmenten van de tekst verlangen om uitweiding van het onderwerp, wanneer een bepaald aspect meer verwoording verlangt om zich te kunnen uitspreken.

Architectuur van de stad
Aldo Rossi (1931-1997) was een architect die duidelijke ideeën had met betrekking tot het organiseren van de stad. De oorsprong van Rossi's interesse voor het probleem van de stad gaat terug naar eind jaren '50 toen het neo-realisme van de na-oorlogse periode aan kracht verloor. De Italiaanse economie stond tegenover een aantal problemen waaronder de snelle stedelijke groei. Deze bedreigde het landschap en de historische stadscentra, wat een kritieke situatie creëerde, waar de professie niet tegen opgewassen was. In het boek L'architettura della città publiceerde Rossi zijn ideeën die deel uit maakten van het theoretisch onderzoek naar de stad. Het is tevens een pleidooi voor herwaardering van de bestaande structuren in de Europese stad als kritiek op de doorgeschoten pretenties van het modernisme. Voor Rossi was het ontwerp een manier om de continuïteit van de stad te bestendigen, zelfs onder twintigste-eeuwse omstandigheden, waarin de urbane orde fundamenteel bedreigd werd door het proces van modernisering en het functionalisme. De historische stad is de drager van de moderne stad, en op basis van deze gedachte verafschuwde Rossi iedere "allesomvattende" oplossing van het type megastructuur. Door in zijn ontwerpen een radicale reductie van vorm na te streven trachtte Rossi de architectuur te ontdoen van de ideologische en utopische pretenties. Bevrijd van deze last kan de architectuur zich weer richten op het scheppen van samenhang in de stad. De primaire elementen (afb.1) in zijn werk, opgevat als 'stedelijke artefacten', zijn fundamenteel om de relaties te begrijpen tussen type en monument, monument en stad. Voortdurend wijst Rossi op de betekenis van de historische dimensie bij het ontwerpen in en aan de stad, waarbij hij de typologie als het essentiële beschouwt, het meest zuivere, ontdaan van al het overbodige. De stierengevechtarena bijvoorbeeld is, ondanks dat zij weliswaar afstamt van het klassieke model arena, één van de meest zuivere types die ik ken, die nog steeds haar dienst bewijst voor het ritueel. Het vormt het typische neutrale décor, dat het sublieme spektakel laat geschieden. De ronde vorm straalt een ontastbare goddelijke perfectie uit in het stedelijke weefsel, waaraan niet gesleuteld kan worden. Een fijnzinnig geheel; een cirkel met een vaste diameter, als zonnewijzer die vijf uur aangeeft, omringt door ruimtes die elk hun vaste plaats hebben (afb.2). In het karakter van deze entiteit zijn alle eigenschappen verenigd waar iedere matador mee wenst geboren te worden: arte, clase, finura, valor en techníca.


De monumenten als artefacten van de stad zijn door mensenhanden gemaakt (manufatto) en vormen de stad als een totale architectuur, het artefact van de stad. Daarom spreekt Rossi ook wel van de stad als kunstwerk. Durand sprak destijds van gebouwen als de elementen die de stad vormen. De kerk, markten, raadhuis, en andere openbare gebouwen zijn autonome individuele verschijning die getuigen van een complexe geschiedenis van de stad en de mens. Rossi zag het monument als permanente markering en fixatiepunt waaromheen de patronen van huisvesting zouden worden gestructureerd. Het symbool van eenheid en eenvoud, van de permanentie van bepaalde 'civiele' en collectieve waarden, gericht op de wanorde van de moderne stad die gedomineerd wordt door de waarden van consumptie en kapitalistisch voordeel.
De stedelijke plattegrond moest 'duurzaam' zijn, met daarin de plaatsen, de artefacten, die ons verleden tastbaar maken. Er schuilt in deze werken een permanentie die niettemin het verstrijken van de tijd samenvat. Omdat bij Rossi de tijd een grote rol speelt in de stad, kan het hier niet gaan om artefacten die onbeweeglijk blijven. Het zijn dynamische elementen die met de stad mee evolueren en daarbij desnoods hun functie aanpassen. Zo neemt Indiana Jones in één van zijn avonturen ons mee naar een mysterieus gebouw in Venetië. Een bibliotheek, maar de afbeeldingen in de glas-in-lood-vensters verraden de vroegere functie als kathedraal. Waar de plattegrond doorgaans bestendiger blijkt dan het eigenlijke monument, behoort ook die tweedimensionale afdruk tot de primaire elementen van een stad, en wel tot de meest persistente. Volgens Rossi heeft elk ding zijn eigen functie waaraan het moet beantwoorden, maar de functies wisselen met de tijd. Daarentegen zoekt de functionalist de grootst mogelijke geschiktheid voor het meest specifieke doel. Rossi spreekt in zijn Wetenschappelijke autobiografie over het Alhambra in Granada en La Mezquita in Córdoba (afb.3). Deze zijn volgens hem het voorbeeld van architectuur die in de loop der tijd veranderde, die immense ruimtes en verfijnde oplossingen kende, die haar stempel drukte op de vorm van de stad. Op basis van een paar illustraties uit Arles en Nîmes liet hij ook zien hoe een amfitheater in de loop der tijd verzwolgen kan raken door de omringende stad, maar toch als globale plattegrond aanwezig blijft. Hij vergelijkt de stad met een palimpsest: zij bestaat uit fragmenten, stukken architectuurtekst, die telkens over elkaar heen gelegd worden, elk met hun eigen herinnering cq. Geschiedenis. Elke nieuwe toevoeging, elk nieuw fragment overschrijft hetgeen vooraf aanwezig was, echter zonder de sporen van het verleden volledig uit te wissen. Een nauwkeurige observatie van de stad laat toe deze sporen te lezen en zich een idee te vormen van hoe het vroeger was. Deze historische gelaagdheid maakt de rijkdom uit van het stedelijke weefsel. Rossi’s hele werk kan begrepen worden als "analoge architectuur", de verschillende afbeeldingen in zijn collages zijn bedoeld om duidelijk de lagen van een geheugen te onthullen dat geassocieerd is met het verleden, heden en toekomst om een analoge maar zeer realistisch beeld van het centrum van een stad te creëren (afb.4).

Het geheugen
Het artefact in de stad had voor Rossi ook nog een andere betekenis, die van de representant van het collectief geheugen, de 'permanent reminder of the city'. Permanente geheugensteuntjes die de geschiedenis en de geheimen van de stad bewaren en bewaken. De schatkamer van de stad:

"De stad is van nature collectief; de stad is de creatie van de mens. Ik zou over mijn relaties met steden kunnen spreken als betrof het verhoudingen met personen, maar in zekere zin zijn de eerste rijker, omdat ze ook personen omvat. Dat geldt helemaal als er in de stad een gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Deze relaties zijn dan gestold tot een herinnering die tot symbool uitgroeit."

Rossi beschouwt het artefact als de verzameling van de geschiedenis en daarom als de opslagplaats van het collectief geheugen. Het collectief geheugen bepaalt de kwaliteit van de artefacten en dus de stad. Over deze stelling valt veel te zeggen, want wanneer Rossi het collectief geheugen van een historisch monument beschouwt als een opeenstapeling van herinneringen uit verschillende tijdslagen, wat kan dan de kwaliteit van dit gebouw zijn voor de huidige bewoner van een stad? Zo zijn er gebeurtenissen van onschatbaar belang, de sleutelmomenten in een geschiedenis, die genesteld liggen in het geheugen van oudere generaties bewoners. Wanneer ik een monument betreed in een historische binnenstad, wordt de kwaliteit van dit gebouw niet bepaald door de absente herinneringen aan gebeurtenissen die zich hier over een periode van verschillende generaties hebben voorgedaan. De kwaliteit wordt bepaald door de persoonlijke ervaring of emotie die gekoppeld is aan het artefact. Deze kwaliteit kan naar gelang de intensiteit van de ervaring groot of klein zijn. Ik heb de vele bezoeken aan de moskee in Córdoba wel eens beschouwd als het meerdere malen zien van dezelfde film. Telkens ontdek je verborgen en onverwachte fragmenten die je nog niet eerder had gezien. Maar soms wordt zelfs de beste film een gewoonte:

"Veel is ondenkbaar als het los wordt gezien van de emotie waarmee we iets hebben ervaren. (..)Elke plek blijft in onze herinnering in de mate waarin ze een geliefde plek wordt of in de mate waarin we ons ermee vereenzelvigen."

Rossi moet een tweedeling maken als het gaat om het geheugen: het collectieve geheugen van de stad, dat moeilijk voor de rede vatbaar is, en het individuele geheugen van de mens. De monumenten kunnen niet als dragers van het collectieve geheugen van de bevolking gezien worden, anders zou Rossi zichzelf tegenspreken. Heractivering van een herinnering, opgeslagen in een gebouw, kan bij het betreden van een gebouw niet plaatsvinden in ons geheugen, omdat deze daar simpelweg ontbreekt. Gezien het feit dat deze niet geactiveerd kan worden, bestaat er ook geen algemeen collectief geheugen van de stad. Het collectief geheugen is per generatie opgedeeld in individuele herinneringen gekoppeld aan ervaringen. Het historisch belang van een artefact lezen we in boeken, net zoals latere generaties over onze artefacten zullen gaan lezen. Misschien kan dit als een bewijs gelden voor het verdwijnen van steeds meer historische gebouwen van het toneel, gebouwen waarmee de huidige generatie geen band meer heeft. Hiertegenover staat het fenomeen 'Ground zero'; een zeer dramatische creatie van een ‘tabula rasa’, maar misschien wel beladen met het grootste collectief geheugen dat existeert (afb.5).
Tegenwoordig verraden en bepalen artefacten, als weerbarstige elementen, nog steeds de oorspronkelijke structuur van de Oude stad. Maar de benadering van het geheugen als een collectief gegeven blijkt lastig omdat de kwaliteit die door de herinnering bepaald wordt zeer persoonlijk is.

De intentionele stad
Rossi zocht naar de onveranderlijke wetten van een tijdloze typologie, maar beschouwde daarnaast niet de veranderende maatschappelijke behoeften en de uitwerking hiervan op de organisatie van de stad. Door het negeren van de moderne ontwikkelingen hielp hij het idee van de onbewuste en collectieve continuïteit van de stad de drempel over naar de moderne tijd. Hij negeerde eenvoudigweg de definitieproblemen van het automatisme in de transformatie van het landschap. Hieruit bleek dat de samenhang van de structuur van de oude stad verloren dreigde te gaan. Het verlies van deze stedelijke structuur staat ook centraal in Collage City, een werk uit 1978 van Colin Rowe en Fred Koetter. Zij vergeleken de zwartdrukken van de traditionele en de moderne stad. De plattegrond van de traditionele stad is vrijwel zwart en geeft een verzameling ruimtes weer; de andere plattegrond is vrijwel wit en toont voorwerpen in een onbegrensde ruimte. Deze ruimte van de "verstrooide" hedendaagse stad heeft geen duidelijke identiteit meer en doet daarom onder aan het historische deel die wel duidelijke (stedelijke) eigenschappen vertoont. Hoewel deze ruimte gepland wordt, verliest het de samenhang met de oude stad. In de huidige intentionele stad gaat het stedelijk weefsel van Rossi, waarin de monumenten behouden moeten worden voor de samenhang van de stad, niet op. De cultuurpolitieke overwegingen bepalen welke gebouwen gerespecteerd en gehandhaafd moeten worden. Het belang van dit respect "destilleert" zij uit de geschiedenis. Dit bepaalt de overlevering van de traditie, en hoe het 'Re-urb' karakter van de hedendaagse stad eruit gaat zien. Zij bezit de pluraliteit van enerzijds de uitbreidingen in de perifere gebieden en anderzijds het conserveren van de culturele voortbrengselen van de geschiedenis.
Waar komt die drang om de historische schatten te bewaren vandaan? Ik denk dat hier twee aan elkaar verwante redenen voor te geven zijn: bewaren ligt in de aard van de mens, niet voor niets bouwen we ons suf aan musea. In dit licht kan ook de historische stad worden gezien als een museum. Ten tweede lijken we het, ondanks alle gedachten over huidige en toekomstige vormen van generieke steden, belangrijk te vinden om traditie te handhaven wat zich ook weer uit in rituelen. Uiteindelijk behoort de handhaving van de historische stad tot de opgaven van de architectuur en stedenbouw, maar vinden hiernaast de moderne maatschappelijke ontwikkelingen plaats. Colenbrander stelt in zijn boek de vraag wat het soortelijk gewicht van de huidige stad is:

"De dialectiek die hier aan de orde is, is nader te omschrijven als de dialectiek tussen de stad zonder eigenschappen en de intentionele stad. Enerzijds de van iets anders afgeleide stad, die mechanisch reageert op ieder voorstel tot verandering, maar waarvan het verloop in de tijd niet onderhouden wordt als een gecultiveerde culturele opgave. Anderzijds de stad met een identiteit, een eigen redengevend beginsel, voortkomend uit generaties overspannende wortels die in het verdere verloop van haar geschiedenis gecultiveerd verlengd of bewust afgebogen worden."

De intentionele en de generieke stad trekken in de praktijk samen op, gemengd binnen dezelfde stedelijke orde. Ze zijn verwikkeld in een krachtmeting die wederzijds levensbedreigend is, terwijl hun overlevingskans zonder elkaar toch evenmin florissant is. Samen of apart van elkaar, in beide richtingen neigt de uitkomst naar nul. In de generieke stad ontbreekt een culturele opgave. Mede hierdoor krijgt de geplande stad, meer dan de automatische stad, onze zorgvuldige aandacht.
Ik had eerder al over de invloed van het artefact op ons geheugen. Een individuele kwestie waarbij een bepaald artefact een herinnering kan heractiveren die ons gevoel beroert. Hoogleraar in de sociale psychologie Wentholt publiceerde in 1968 het boek De binnenstadsbeleving van Rotterdam. Hierin zegt hij dat een mens elke kans zal aangrijpen om zijn omgeving te structureren met psychische ankerpunten, die de omgeving voor hem (symbolisch of affectief) zinvol maken:

"Hij zal elke kans aangrijpen om zich te hechten aan zijn omgeving. (..)Elke keer dat ik hier en daar ben en dit en dat zie, doet het me wat. Maar de kansen voor deze beleving moeten hem wel geboden worden. (..)het oude moet geïntegreerd worden in het nieuwe omdat het oude eveneens een geruststellende visuele prikkel is die de stedeling een ankerpunt geeft, vooral op symbolisch niveau. De geschiedenis wordt niet langer gelezen, begrepen of geselecteerd maar, beleefd, ervaren en gevoeld"

Naast de persoonlijke relatie met een gebouw en de drang naar het bewaren, kunnen de aspecten beleven, ervaren en voelen ook een drijfveer betekenen voor ons gevoel voor de traditie van de oude stad wanneer deze ophoudt een didactische rol te vervullen. In L'architettura della città schrijft Rossi dat in de oude stedelijke artefacten bepaalde oorspronkelijke spirituele waarden en functies zijn achtergebleven. Hij onderzocht of deze een bepaalde relatie onderhielden met de materie van de gebouwde omgeving.

Ik denk dat het respect voor de oude stad bovendien een gewijd aspect betreft. De stad als heiligdom, in plaats van de stad als museum. Een sacrale omgeving waarbij ons een gevoel overkomt waarvan we niet altijd de oorsprong kunnen beschrijven een soort onbewuste drijfveer. Ieder mens heeft behoefte aan bepaalde momenten van sacraliteit in zijn leven. De kerkganger kan het sacrale gevoel dat haar overkomt bij het betreden van een kerk of kathedraal binnen een kader plaatsen, het kader van respect voor God en het geloof in zijn geestelijke aanwezigheid, sterker nog hij voelt het. De profane bezoeker kan dit gevoel bij het betreden van een kathedraal niet binnen een kader plaatsen, het overkomt hem en hij beleeft dit. Dit is misschien wel het gevoel dat ons zegt niet te rommelen met de erfenissen van de historische stad als we die zo respecteren. Als gevolg hiervan houden we de bestaande structuur zoveel mogelijk in stand. Als de oude bebouwing als heiligdom beschouwd wordt, dan zijn de uitbreidingen de profane tegenhangers. Uit deze gedachte lijkt de oude stad gelanceerd tot een soort van attractie, waarbij het enige verschil met de kerk de afgesloten ruimte betreft. Net zoals het artefact kerk heeft ook het artefact stad haar transformaties doorgemaakt, maar het essentiële, de schatkamer, blijft gehandhaafd om redenen van traditie en ritueel, het bestandsdeel voor de liturgie van de stad. Het vervolg van het ritueel is het verder bouwen aan de eigen tijd van de stad, maar levert dat nog houdbare grondslagen op?

Generieke stad
Er bestaat een duidelijk verschil tussen de oorspronkelijke stad en de perifere stad, een gebied dat niet meer ruraal is, maar dat ook (nog) niet tot de stad behoort. De periferie is een "ruimte zonder eigenschappen", die gekarakteriseerd wordt door een verregaande onbepaaldheid. Perifere locaties missen een sterke, ruimtelijk-gebonden identiteit, een 'genius loci'. In Koolhaas' boek S, M, L, XL vormt de verklaring de 'Generic City', het punt van vertrek van een stad die aan het eind van haar krachten is: een stad die niet meer in staat is om geschiedenis en identiteit op te bouwen, want de eigen tijd levert geen houdbare grondslagen, terwijl het verleden eenvoudig "te klein" is om te kunnen overleven dat het steeds weer voor inspiratie wordt opgetild door eindeloze stromen van identiteitzoekers (§ 1.2); een stad die daarom niet meer drijft op specifieke herinneringen, maar op een aftreksel: op 'memories of memories'.

De generieke stad kan gezien worden als uitkomst van de stad van de Moderne Beweging en de actuele discussies over de toekomst van de stedenbouw. Als de traditionele stad verdreven lijkt te worden door de generieke stad moeten we ons serieus gaan bezighouden met de behandeling van de huidige stad en naar een overeenkomst zoeken in haar pluriforme karakter. Gelet op het feit van de aanwezigheid van de historische kern en de identiteit hiervan, zou zij het uitgangspunt moeten kunnen vormen. Van Eyck beschouwde de historische stad als een donor voor de stad als geheel, zonder welke zij niet zou kunnen leven. De vraag is of dat nog steeds zo is. Volgens Lieven de Cauter, filosoof en kunsthistoricus, moet de stad zichzelf herensceneren. Zij stelt de volgende hypothese:

"Je kunt overal wonen, als je maar aangesloten bent op de netwerken (de stedenbouw uit het tijdperk van het elektronische paradigma). De ageografische stad van Sorkin. Wanneer we deze geschiedenis doordenken dan is de eindtoestand van de ruimtelijke ordening in de dichtbevolkte ontwikkelde landen de post-urbane zone. De Benelux bijvoorbeeld is dan op weg om een generische posturbane zone te worden, met pretparkachtige historische centra als overblijfselen van een vroeger tijdperk die als toeristische pleisterplekken, in een generisch netwerk van spoorwegen, luchthavens, snelwegen en glasvezelkabels. En een spreiding van de bebouwing."

Koolhaas beweert dat de massa in de nieuwe generieke stad van het toneel verdwijnt. Hij spreekt van een evacuatie van de publieke ruimte. Maar hoe ligt dat in de oude steden, verdwijnt ook daar de massa? Koolhaas realiseert zich dat naast het gegeven van de identiteitsloze stad, de oude steden voort blijven bestaan. Als bewijs hiervoor kan de herstructurering van de Córdobese binnenstad in Spanje naar voren worden gebracht (afb. 6). Koolhaas ontwierp een congresgebouw met hotels die de oude binnenstad weer een nieuwe impuls moeten geven. Een stimulans voor de lokale economie, maar Koolhaas' slogan 'fuck the context' kennende zal hier geen gebouw verrijzen die zich ook maar enigszins voegt aan de bestaande traditie van de stad. Daarnaast zal er een overload aan toeristen de labyrintische binnenstad bestormen, die zich een weg zullen banen door de oude smalle straatjes.

De massa verdwijnt klaarblijkelijk niet uit de oude steden. Volgens Lieven de Cauter lijkt de massa die verdwijnt in de nieuwe sub-urbane steden, te verschijnen in de oude stad. Dit recente fenomeen noemt zij de Nieuwe Massa. Misschien is deze nieuwe stedelijkheid die zich meester maakt van de oude steden hun enige overlevingskans. Deze feestelijke stad, met zijn terrasjescultuur, zijn "mediteranisering" van de stedelijkheid lijkt de enige optie voor een transformatie van de industriële metropool.
De oude stadscentra zullen de bedreigingen moeten weerstaan om hun toekomst te garanderen. Daarom is het eens te meer belangrijk dat de intentionele stad het voortbestaan van haar schatkamer beschermt, nu de ruimtelijk verstrooide stad in opkomst is. Ik wil er nog wel even expliciet op wijzen dat naast het ruimtelijke aspect de verstrooide stad ook een sociaal-cultureel aspect behelst. De hedendaagse stad vertoont een verstrooiing van verschillende sociale groepen. In dit essay wordt dit, overigens niet te ontkennen, aspect niet behandeld.

No more stones of Venice*
Nu de generieke stad een feit is, ligt het voor de hand onszelf te gaan bekommeren over de kwestie van de omgang met de identiteit van de oude steden. Wat wordt deze identiteit? Rossi's bezorgdheid over de toekomst van de oude steden vindt tot op heden nog steeds gehoor. In de historische Europese steden wordt het stedelijk weefsel nog altijd gerespecteerd als een materieel object dat voortkomt uit de geschiedenis van de stad. De historische materie vormt bij de huidige vernieuwingsplannen het decor waartegen de nieuwe architectuur zich afspeelt.

Deze nieuwe bebouwing veroorzaakt regelmatig een scherp contrast met het uiterlijk van de oude bebouwing (afb. 7). Wanneer deze nieuwe bebouwing binnen de grenzen van de oude stadsstructuur "geïnjecteerd" wordt, naar schaal en dichtheid, blijft het karakter van de oude stad gehandhaafd, en ontstaat er een nieuw beeld. De huidige materialen en bouwtechnieken van de herstructurering geven de oude binnensteden daarbij een nieuwe identiteit.
Een verrijking van de binnenstad, als een plek die verschillende tijdslagen laat zien. Dit tafereel als décor van de oude binnenstad beïnvloedt de belevingswereld van de bevolking; moderne materialen zoals strakke geometrische betonnen vlakken en zilverkleurige gevelbeplatingen in een historische context. Deze combinatie van verschillende tijdslagen is de charme van de "nieuwe" oude stad, waarbij het heftige contrast zorgt voor een sublieme beleving, met de climax op het punt waar het eeuwenoude gesteente het lichamelijke contact aangaat met het zilverkleurige glimmende aluminium; een scène uit een futuristische film waarin de mens de confrontatie aangaat met het buitenaardse leven. Men neemt de vernieuwing waar, en door het contrast tussen oud en nieuw worden we ons ervan bewust dat de tijd niet stilstaat, we leven en bouwen verder. Wil de stedenbouw een waardevolle relatie met de historische stad aangaan, dan moet het streven naar het zo scherp mogelijk weerspiegelen van de geschiedenis.

Ignasi de Sola-Morales heeft laten zien, dat de stijlfiguur van contrast tussen oud en nieuw juist recht probeert te doen aan de modernistische visie op de ontwikkelingsgang van de historische stad. Als het nabootsen van stijlen achterwege wordt gelaten en er (eerlijk) gebouwd wordt aan een nieuwe eigen identiteit, bouwen we ook aan een geschiedenis die ons eigen is. Een geschiedenis van de bestaande structuur verrijkt met de hedendaagse bouwmethoden. Wanneer bij het herdefiniëren van de oude stad de historische context gerespecteerd blijft, openbaart het contrast van oud en nieuw zich onverwacht, wat van de toekomstige binnenstad een spannend geheel kan maken. Een amalgaam van jong en oud precies zoals haar bevolking. Een hercompositie van fragmenten van verschillende herkomst. Dit fenomeen is van doorslaggevend belang voor het ontstaan van stedelijkheid: de wisselwerkingen die zich voordoen tussen verschillende fragmenten, resulteren in het ontstaan van een geheel dat meer is dan de som der delen. Dit ligt volstrekt anders voor het proces dat men aantreft in de periferie. Ook hier vindt men naast elkaar een diversiteit van fragmenten, deze gaan echter geen wisselwerking aan met elkaar binnen een nieuw, dwingend verband. Zij zweven los in de ruimte en mijden elkaar. De sterke morfologische structuur die een daadwerkelijk stedelijk verband creëert, ontbreekt hier. Ook het palimsest-karakter dat de stad typeert is hier minder uitgesproken: in de periferie heeft men meer te maken met een eerste beweging van verstedelijking, de nieuwe fragmenten superponeren zich op een landelijke structuur die niet de complexiteit en de gelaagdheid heeft van een stedelijke locatie. Waar in de stad de morfologische structuur zin en betekenis verwerft door de aanwezigheid van monumenten ('primaire elementen', in Rossi's terminologie), daar ontbreken deze grotendeels in de periferie. Structurerende principes zijn hier nauwelijks aanwezig, tenzij in de vorm van belangrijke infrastructuurelementen (autowegen, spoorlijnen of kanalen). Deze verbinden weliswaar bebouwingsfragmenten, maar articuleren zich niet in ruimtelijke termen; een visuele samenhang, een coherente ruimtelijke structuur ontbreekt. Daarnaast meende Rossi dat de stad een artefact is met zekere poëtische kwaliteiten. De periferie kan er enkel aanspraak op maken een artefact te zijn in de eerste betekenis van het woord. Ze is ongetwijfeld door mensenhanden gemaakt, maar ze mist de poëtische evocatie die van een stad kan uitgaan. De wanorde die men in de periferie aantreft is de wanorde van een schroothoop: de accumulatie van heterogene fragmenten leidt niet tot het ontstaan van een hogere orde. Chaos blijft chaos en een poëtische ervaring komt niet tot stand doordat intensiteit en spanning ontbreken.

Uiteindelijk lijkt Koolhaas' generieke stad nu en in de toekomst steeds meer aan terrein te gaan winnen en is de uitputting van de oude binnenstad een feit. Terwijl Rossi's verlangen naar de terugkeer naar de traditionele stad, naar de kernen, enkel bespiegelt door de stilte van archaïsche vormen, exclusief fictief lijkt te blijven. Waardoor ook hij het theater heeft verlaten met een utopische desillusie gelijk degenen waar hij zich zo tegen afzette. Het samenhangende, schone en poëtische karakter is verdwenen uit de opbouw van de moderne stad.
Helaas strand tegenwoordig maar al te vaak elke geforceerde poging om een modern "oud" plan te maken. Slappe aftreksels gebaseerd op de Sitteaanse wetten van een stad die niet gelimiteerd is door puur technische overwegingen. Hoewel de schoonheid van het stedelijk stelsel hier de volle rekening neemt, organische stratenpatronen met gesloten bouwblokken, stroomt door haar aderen geen enkel druppeltje artistiek bloed.
In de huidige geëxplodeerde stad die zich uitbreid als een olievlek is de missie het instandhouden van de elementen van het verhaal van onze cultuur en het cultuurobject 'stad'. Ook al zijn steden identiteit aan het inleveren, zij bezitten altijd een geschiedenis.


LITERATUUR
* Uitspraak afgeleid van de titel The Stones of Venice (1851-1853) van een driedelige bundel essays van John Ruskins

- De verstrooide stad, Bernard Colenbrander (1956) is als curator verbonden aan het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam. Dit boek is op 30 september 1999 als proefschrift verdedigd aan de Rijksuniversiteit van Groningen;
- L'architettura della città een bestseller van Aldo Rossi, 1966, is door zijn enorme populariteit meerdere malen vertaald en in verscheidene landen uitgebracht;
- Rossi's Wetenschappelijke autobiografie, 1994. Oorspronkelijke titel: Autobiografia scientifica, 1990;
- Aldo Rossi, Tre città / Three cities, Perugia, Milano, Mantova, Bernard Huet en Patrizia Lombardo, Electa Editrice, Milaan, 1984;
- S, M, L, XL, Rem Koolhaas, 1995;
- De oude metropool en de nieuwe massa, lezing gehouden door Lieven de Cauter (filosoof en kunsthistoricus te Brussel) in Futura Plaza te Eindhoven;
- Re-Urb, Crimson, 1995;
- Collage City, Colin Rowe en Fred Koetter, 1978


FOTO VERANTWOORDING
- afbeelding intro: 'Mc Trash', foto gemaakt door Dan Heller freelance reisfotograaf uit California;
- afbeelding 1: illustratie uit Aldo Rossi, zijn complete werk, van Alberto Ferlenga, blz. 53, Könemann, 2001
- afbeelding 2: illustratie van de stierengevechtarena van Sevilla; [link]
- afbeelding 3: illustratie uit de informatiefolder van "La Mezquita" verstrekt door Cajasur in Córdoba;
- afbeelding 4: illustratie uit Aldo Rossi, zijn complete werk, van Alberto Ferlenga, blz. 72, Könemann, 2001;
- afbeelding 5: illustratie uit Archis #6 2001, blz. 23;
- afbeelding 6: luchtfoto van Córdoba van de gemeentelijke internetpagina;
- afbeelding 7: foto van de stad Venetië (afkomstig van [link] samengevoegd met een foto van de stad Atlanta (afkomstig van [link]
Reacties
05 sep paco
Reacties: 0
nice

05 sep santio
Gast
Very good!!


Reageren? Eerst inloggen of aanmelden. Klik hier om aan te melden
vacatures
we zoeken naar enkele columnisten en redactieleden, heb je interesse? lees verder
random artikel
Retour routine
Gijs Kaper
reclame
Stichting Eindhovenseschool.net - Kvk Oost-Brabant 17169485 - contact [email] - poweredby © e107.org - implementation by © evanderfeesten.nl
all content is © their respective owners - Our news can be syndicated by using these rss feeds: rss1 - rss2 - rdf
Render time: 0.3317 second(s); 0.1814 of that for queries.